Rassen

 Bielefelders en Bielefelderkrielen: een in 1980 in Duitsland erkend ras en hier alleen erkend in koekoekroodpatrijs. Het is een scheikuikenras waarbij het geslacht van de eendagskuikens aan de donskleur is te herkennen.
Dresdener hoenders en Dresdener kriel: Een in de omgeving van Dresden rond 1950 met behulp van New Hampshires, Rhode Island Reds en Wyandottes gefokt ras. Hier alleen erkend in de bruine kleur.  
 Nederrijnse hoenders en Nederrijnse krielen: Dit ras is in Duitsland omstreeks 1940 ontstaan. Het is een beweeglijk middelzwaar hoen. Erkend in de kleuren berken, geelkoekoek en koekoekpatrijs.
 Appenzeller Spitskuif en Appenzeller Spitskuifkriel: de Appenzeller Spitskuif is een Zwitsers ras. De dwergvorm is in Nederland ontstaan. Het zijn beweeglijke dieren die opvallen door hun kuif en kamhoorntjes.
Rijnlanders en Rijnlanderkrielen: Aan het einde van de 19e eeuw in het West-Duitse Eifelgebergte doelbewust gefokt. Het is een goed ontwikkeld landhoen met een vrijwel horizontale lichaamshouding en een volle bevedering. Erkend in meerdere kleuren maar zwart is de hoofdmoot.
 Duite rijkshoenders en Duitse Rijkshoenkrielen: Dit ras wordt sedert het begin van de 20e eeuw gefokt. Kenmerkend zijn het langgerekte rechthoekige type. Erkend in de kleuren wit en wit  zwartcolumbia.
 Thuringer baardhoen en Thuringer baardkrielen: in het begin van de 19e eeuw in Thuringen onstaan uit baard- en kuifhoenders. Het is een hoen van het landhoentype met een volle baard. Is hier te lande in acht kleuren erkend.
 Bergse Kraaiers en Bergse Kraaierkriel: Een zeer oud ras, die opvalt door zijn boogvormige rugbelijning. Daarnaast is het maar in één kleur erkend. Het kraaien van de haan duurt bij dit ras seconden langer dan bij de meeste rassen.
 Duitse krielen: een levendig, niet zeer klein dwerghoen met een elegant, gestrekt landhoentype. Opvallend rijk ontwikkelde staart. In zeven kleuren hier te lande erkend.
Spring naar toolbar